Archived: De vaart der dingen

Archived: De vaart der dingen

O Tempora, o mores. Met deze gevleugelde woorden van Cicero ben ik vaker een tekst in de Nekst begonnen. Mijn oma van 98 vertelde laatst zich niet langer te bekommeren om al die lastige veranderingen ten gevolge van de invoer van de nieuwe spelling. Dit standpunt kon mijn volste goedkeuring wegdragen, want ik betreur het persoonlijk ook dat klassiekers als ‘De sterrenkijker kijkt door zijn sterrekijker’ uit onze hedendaagse taal geharmen(?) zijn. Echter, het mensje bedoelde niet de wijziging van de spelling van een paar jaar terug, maar refereerde aan de introductie van Het Groene Boekje in 1954.

De sterrekijker kijkt door zijn sterrekijker

Dingen veranderen. Zo lang als het begrip ‘tijd’ bestaat, zo lang zijn er al ‘veranderingen.’ Misschien valt ‘het verstrijken der tijd’ op zich al te definiëren als ‘het veranderen’ ofschoon genieën als Stephen Hawking en z’n maatjes een andere begrip van tijd zullen hanteren. We kunnen ook vanuit de andere kant redeneren, zeg maar het duale probleem: ‘Dingen veranderen kost tijd’, een veel gehoorde kreet in Den Haag en contreien. Of nog anders (een waardige econometrist levert immers graag een bewijs uit het ongerijmde): Als dingen niet veranderen, dan schiet het ook niet op.

‘Nederland is nog nooit zoveel veranderd als afgelopen 50 jaar’. Deze inhoudsloze oneliner citeer ik uit een of ander geschiedenisboekje, waaruit ik zo’n 15 jaar geleden onderricht heb mogen genieten. Met een dergelijke open deur kun je natuurlijk elke tien jaar komen aanzetten. Wat mij persoonlijk dan weer bezighoudt, is de tijdsdynamiek achter deze bewering. Misschien is er de afgelopen 50 jaar evenveel veranderd als in de 200 jaar daarvoor. En in die laatstgenoemde periode weer evenveel als in de rest van de moderne jaartelling. Zo op het eerste oog huist er in de differentievergelijking van de maatschappelijke ontwikkeling een tijdschaal gebaseerd op logaritmische intervallen. Afgaaand op de extrapolatietechnieken bekruipt mij een beklemmend gevoel voor de komende intervallen: Gaan we een dergelijke hoeveelheid veranderingen als in de afgelopen 50 jaar nu meemaken in de komende 10 jaar? En in de periode daarna dezelfde portie in een nog korter tijdsbestek?

Zelfs 26-jarige net opgedroogde wereldburgers als ik moeten erkennen dat de technologische ontwikkeling zich de laatste twee decennia erg snel heeft voltrokken. Ik heb nog tijden meegemaakt dat je een bankfiliaal fysiek moest betreden om daar je guldens op te nemen. Tegenwoordig betalen we al lang niet meer met deze munt en kun je buiten in de rij gaan staan voor een pinautomaat. Een beetje bankovervaller moet nu ook bulldozer kunnen rijden ook.  Ik was 18 toen ik voor het eerst van e-mail en internet hoorde. Tegenwoordig kun je de nieuwste films downloaden en meteen branden op DVD. Voor m’n verjaardag kreeg ik ooit een grammofoonplaat van Doe Maar en Feyenoord speelde in die tijd nog gewoon werkvoetbal. Heden ten dage loop ik rond met een mobiele telefoon, waarmee ik behalve de hele wereld bellen ook nog teletekst kan lezen, foto’s maken en radio 538 luisteren. Wat staat ons Nederland allemaal nog te wachten voor de komende decennia? En België dan?

record-player

Volgens het zelfde geschiedenisboekje dat eerder ter sprake kwam, gebeurde in België alles 50 jaar eerder. Verdisconteerd tegen de logaritmische curve van de tijdsverdichting is dat momenteel nog steeds een achterstand van 10 jaar. Voorbeelden zijn er te over: tal van chemische bestrijdingsmiddelen die in Nederland  uit den boze zijn, worden vijf kilometer over de grens achteloos over de gewassen uitgespoten. Vuurwerk wordt er het hele jaar door verkocht in willekeurige doe-het-zelf toko’s, die natuurlijk gelegen zijn in de dicht bevolkte woonwijken. Ondanks tragische “Wie is de Bob?”-campagnes, nemen grote groepen jongelui na een avondje stevig drinken rücksichtslos plaats achter het stuur. In België moet het allemaal nog gebeuren. Van veel Nederlanders begrijp je niet dat ze in deze achterstandswijk willen wonen, behalve dan wellicht van Cor Boonstra, maar die heeft dan ook voorkennis genoeg. De eerste tekenen duiden er evenwel op dat België meer en meer begint open te staan voor de ‘Ollandse Zegeningen’, zoals een liberaal drugsbeleid, homohuwelijken en euthenasiewetten (om eens wat puinhoopjes van acht jaar paars te noemen). Overigens lijkt het me verstandig dat ze die Europese pioniersrol aan ons overlaten, want dankzij hun belachelijke genocidewet heeft George W. Bush de guts niet meer om zijn straaljager op de grote markt van Brussel aan de grond te zetten; bang als hij is om daar vervolgd te worden vanwege misdaden van de menselijkheid. Nee, laat die Belgen maar lekker achter de rest aansukkelen en in hun eigen tempo veranderen.

Terug naar het ijltempo waarin bij ons de ontwikkelingen elkaar opvolgen. Moeten we angst hebben voor technologische vooruitgang? Er liggen tal van ethische vragen op het gebied van genetische manipulatie, biodiversiteit en de ontrafeling van het menselijk DNA. Alles wat ooit ontsproten is aan het brein van een genie om te dienen als zegening voor de mensheid, is daarnaast ook keihard misbruikt voor andere toepassingen. Van atoomsplitsing tot dynamiet, tot zelfs de wielklem, waarvan het nooit de bedoeling is geweest van de weinig visionaire hobbyist dat zijn uitvinding ooit in de handen van de politie zou vallen. Zelfs de meest briljante uitvinding in haar eenvoud, namelijk de paperclip, is al talloze malen in malafide context gebruikt om het portier van een auto mee te openen. Hierin kennen we natuurlijk het  welbekende Free Rider probleem (in het laatste voorbeeld trouwens wel erg letterlijk). Het misbruik gaat immers hand in hand met de zegening, daarentegen zal de technologische ontwikkeling zich hierdoor niet laten afremmen.

Hebben we eigenlijk invloed op de vaart der dingen?

Hebben we eigenlijk invloed op de vaart der dingen? Ik denk het niet en waarschijnlijk moet je dat ook niet eens willen. Ik heb in tegenstelling tot de salonsocialisten nooit zo geloofd in de maakbaarheid van onze samenleving. Net zoals de natuur mechanismen kent om zichzelf aan te passen, heeft ook de maatschappij waarin we leven de flexibiliteit om vernieuwingen vrij automatisch te absorberen. De ene technologische ontwikkeling maakt de andere overbodig. Het versnellende proces van de vooruitgang wordt geleid door een soort invisible hand die ervoor zorgt dat allen superieure technologieën overleven en het totaal naar een hoger niveau gestuwd wordt.

Al sinds het ontstaan van het heelal is er sprake van verdichting van de tijd. Het duurde duizenden jaren om een stenen speerpunt door te ontwikkelen naar een ijzeren lans, terwijl er tussen Commodore 64 en Pentium 4 hooguit twintig jaar zitten. Veranderingen volgen elkaar in een steeds hoger tempo op en deze versnelling is van exponentiële orde (dus differentiëren helpt niet). We hebben geen invloed op de vaart der dingen en eigenlijk is dat helemaal niet erg. Let’s go with the flow…

Column door Arnoud Klep

Comments